Zekeringkeuze voor verlichtingscircuits — NEN 1010
De zekering (installatieautomaat) beschermt de kabel tegen overbelasting en kortsluiting.
Conform NEN 1010:2020, §4.3 geldt de basisregel:
Ib ≤ In ≤ Iz, waarbij Ib de ontwerpstroom
van het circuit is, In de nominale stroom van de beveiliging en Iz
de permanente stroombelastbaarheid van de kabel. Voor verlichtingscircuits wordt in
Nederland standaard een B-automaat toegepast; bij LED-installaties
met hoge inschakelstroom is een C-automaat vaak noodzakelijk.
Een praktische vraag naar zekering verlichting hoort daarom niet alleen bij
het amperegetal van de automaat, maar ook bij kabeldoorsnede, installatiemethode, inrush en
aardlekcoordinatie.
Aanbevolen automaten per kabeldoorsnede
Onderstaande tabel geeft de in de Nederlandse installatiepraktijk gehanteerde combinaties
van kabeldoorsnede, automaat en toepassing, conform NEN 1010:2020, §4.3 en
de stroombelastbaarheidstabellen uit NEN 1010 Bijlage B.
| Kabeldoorsnede (mm²) | Automaat (A) | Karakteristiek | Max. belasting (80%) | Toepassing |
| 1,5 | 10 A | B | 1840 W | Verlichtingsgroep woning (standaard) |
| 1,5 | 16 A | B | 2944 W | Verlichtingsgroep kantoor (lichte belasting) |
| 1,5 | 16 A | C | 2944 W | LED-groep met hoge inrush (max. 20 armaturen) |
| 2,5 | 16 A | B of C | 2944 W | Gecombineerde groep licht + WCD |
| 2,5 | 20 A | B | 3680 W | Zwaardere verlichtingsgroep (industrie/retail) |
| 4,0 | 25 A | B of C | 4600 W | Industriële verlichtingsgroep, lichtlijnen |
| 6,0 | 32 A | C | 5888 W | Subverdeler verlichting, stijgleiding |
| 10,0 | 40 A | C | 7360 W | Hoofdvoeding verlichtingsverdeler (grotere gebouwen) |
Gebruik de Kabeldoorsnedeberekening om
de juiste doorsnede te bepalen op basis van vermogen, lengte en installatiewijze.
Automaatkarakteristieken — IEC 60898-1
De karakteristiek van een installatieautomaat bepaalt bij welke stroomoverbelasting
de automaat magnetisch afschakelt (momentane uitschakeling). De thermische beveiliging
(tegen overbelasting) is bij alle typen vergelijkbaar. De keuze hangt af van het
type belasting, met name de inschakelstroom (inrush current).
| Karakteristiek | Magnetische afschakeling | Typische toepassing verlichting | Geschikt voor LED-inrush? |
| B | 3–5 × In | Standaard verlichting, gloeilampen, ohmse belasting | Beperkt (max. ~10 armaturen per groep) |
| C | 5–10 × In | LED-verlichting, TL-armaturen, kleine motoren | Ja, aanbevolen voor LED-groepen > 10 armaturen |
| D | 10–20 × In | Transformatoren, grote motoren | Niet gebruikelijk voor verlichting (overbeschermd) |
| K | 10–14 × In | Industriële motoren, aggregaten | Niet voor verlichting |
Inschakelstroom (inrush current) — het kernprobleem
LED-drivers (en in mindere mate elektronische TL-voorschakelapparaten) hebben een
inschakelstroom die 20–100× de nominale stroom kan bedragen
gedurende 0,1–0,5 ms. Wanneer veel armaturen tegelijk worden ingeschakeld (bijv.
bij het inschakelen van een groep), worden deze piekstromen gesommeerd en kunnen
ze de magnetische afschakeldrempel van een B-automaat overschrijden.
| Parameter | Typische LED-driver | TL-elektronisch VSA | Normreferentie |
| Nominale stroom (In) | 0,15–0,22 A (36 W) | 0,16–0,24 A (36 W) | IEC 61347-2-13 |
| Piek inschakelstroom (Ipeak) | 20–65 A per driver | 15–40 A per VSA | IEC 61347-2-13 |
| Duur inschakelstroompuls | 0,1–0,5 ms (tp) | 0,2–0,8 ms | IEC 61347-2-13 |
| I²t-waarde (energie-inhoud) | 0,2–2,0 A²s | 0,3–1,5 A²s | IEC 61347-2-13 |
De fabrikant van de LED-driver vermeldt op het datasheet de Ipeak en
tp waarden. Op basis hiervan berekent de installateur hoeveel armaturen
maximaal op één automaat kunnen worden aangesloten.
Maximaal aantal LED-armaturen per automaat
Fabrikanten van installatieautomaten publiceren coordinatietabellen die aangeven
hoeveel LED-armaturen met een bepaalde inschakelstroom op een automaat mogen worden
aangesloten. Onderstaande tabel geeft de Nederlandse marktstandaard (Hager, ABB, Eaton):
| Automaat | Ipeak = 20 A/driver | Ipeak = 40 A/driver | Ipeak = 65 A/driver |
| B10 | 25 armaturen | 12 armaturen | 7 armaturen |
| B16 | 40 armaturen | 20 armaturen | 12 armaturen |
| C10 | 50 armaturen | 25 armaturen | 15 armaturen |
| C16 | 80 armaturen | 40 armaturen | 24 armaturen |
| C20 | 100 armaturen | 50 armaturen | 30 armaturen |
Let op: deze waarden zijn indicatief. Raadpleeg altijd het datasheet
van zowel de LED-driver als de automaat voor de exacte coordinatie. De I²t-methode
(vergelijking energiewaarden) geeft het meest nauwkeurige resultaat.
Oplossingen bij inrush-problemen
Wanneer het aantal LED-armaturen de limiet van de automaat overschrijdt, zijn er
verschillende oplossingen beschikbaar die in de Nederlandse markt gangbaar zijn:
| Oplossing | Werkingsprincipe | Voordelen | Nadelen |
| C-automaat i.p.v. B-automaat | Hogere magnetische afschakeldrempel (5–10× i.p.v. 3–5×) | Eenvoudig, geen extra componenten | Kabelbescherming minder scherp bij kortsluiting |
| Inrush current limiter (NTC) | NTC-weerstand beperkt opladingsstroom van condensatoren | Goedkoop, eenvoudige installatie | Slijtage NTC; vermogensverliezen in steady-state |
| LED-driver met soft-start | Geleidelijke opstart (ramp-up) van de driver-elektronica | Meest elegante oplossing; geen extra onderdelen | Alleen bij geschikte LED-drivers (specificeren bij inkoop) |
| Faseverschoven inschakelen | Groepen met tijdvertraging inschakelen via relais of KNX | Effectief bij zeer grote installaties | Extra besturingscomponenten nodig |
| Opdelen in meer groepen | Minder armaturen per automaat | Meest robuuste aanpak; verbetert ook redundantie | Meer bekabeling, meer groepenruimte nodig |
Aardlekbeveiliging voor verlichtingscircuits
Conform NEN 1010:2020, §4.1.1.3 is voor alle eindgroepen tot 32 A
in nieuwbouw een aardlekschakelaar (residual current device, RCD) met een
afschakelstroom van ≤ 30 mA verplicht. Dit geldt dus ook voor
alle verlichtingsgroepen. Aandachtspunten:
| Aspect | Eis / Aanbeveling | Normreferentie |
| Type aardlekschakelaar | Type A (wisselstroom + pulserende DC) voor LED-drivers | NEN 1010:2020, §5.3.1.3 |
| Selectiviteit | Geselectiveerde aardlek (S-type, 300 mA) voor hoofdverdeler | NEN 1010:2020, §5.3.1.2 |
| Nuisance tripping voorkomen | Max. 3–4 verlichtingsgroepen per 30 mA aardlekschakelaar | NPR 5310 (aanbeveling) |
| LED-lekstroom | Sommeer lekstromen: max. 10 mA per 30 mA aardlek (30% regel) | NEN 1010:2020, §5.3.1.3 |
| Buitenverlichting | Eigen 30 mA RCD; bij metalen masten aardpen vereist | NEN 1010:2020, §7.714 |
LED-lekstroom: Elke LED-driver produceert een kleine lekstroom naar
aarde (typisch 0,5–1,5 mA per driver). Bij veel drivers op dezelfde aardlekschakelaar
kan de som van lekstromen de afschakeldrempel naderen, wat resulteert in
nuisance tripping (ongewenst afschakelen). De vuistregel is maximaal
20 armaturen per 30 mA aardlekschakelaar, afhankelijk van het drivertype.
Coördinatieregel: zekering, kabel en aardlek
NEN 1010:2020, §4.3 en §4.4 beschrijven de coördinatie-eisen tussen beveiliging en
kabel. De drie bouwstenen moeten op elkaar zijn afgestemd:
| Coördinatieregel | Formule / Eis | Toelichting |
| Overbelasting | Ib ≤ In ≤ Iz | Ontwerpstroom ≤ zekering ≤ kabelbelastbaarheid |
| Afschakelstroom | I2 ≤ 1,45 × Iz | De thermische afschakelstroom van de automaat mag de kabel niet beschadigen |
| Kortsluiting | Ik,min ≥ Ia | Minimale kortsluitstroom moet voldoende zijn voor magnetische afschakeling |
| Leidinglengte | Lmax bepaald door Ik,min | Bij lange kabels daalt Ik — controleer maximale leidinglengte |
| Spanningsval | ≤ 3% (eindgroep) / ≤ 5% (totaal) | NEN 1010:2020, §5.2.5 |
Gebruik de Spanningsvalberekening om te
controleren of de combinatie van kabeldoorsnede, zekering en leidinglengte voldoet
aan de 3%-norm voor eindgroepen.
Praktische tips voor installateurs
Altijd inschakelstroom controleren: Vraag bij de inkoop van LED-armaturen
altijd het datasheet op met de Ipeak en I²t-waarden. Dit voorkomt problemen
bij inbedrijfstelling — een van de meest voorkomende klachten bij LED-renovatieprojecten
is ongewenst afschakelen van automaten.
B-automaat is niet altijd de beste keuze: Hoewel B-automaten de standaard
zijn voor verlichtingscircuits, is bij meer dan 10 LED-armaturen per groep een C-automaat
vaak noodzakelijk. De extra marge in de magnetische afschakeldrempel (5–10× i.p.v. 3–5×)
voorkomt nuisance tripping zonder de overbelastiongsbescherming te compromitteren.
Documenteer de keuze: Leg in het groepenverdeelschema vast welke
automaatkarakteristiek (B of C) per groep is gekozen en waarom. Dit is niet alleen
een eis uit NEN 1010:2020, §6.1, maar bespaart ook tijd bij toekomstige uitbreidingen
of storingzoeken. Zie ook:
Groepenverdeling Verlichting.
Toekomstbestendig ontwerpen: Plan de zekeringkeuze op basis van een
eventuele toekomstige uitbreiding van het aantal armaturen. Een C16 automaat op 2,5 mm²
kabel biedt voldoende marge voor de meeste kantoor- en retailprojecten.